|
orgelconcerten
in de grote kerk
De orgelconcerten, een lange traditie
De orgels in de kerken hebben nooit alléén gediend om de gemeentezang te
begeleiden. De bouw van een dergelijk groot instrument duurde jaren,
kostte handen vol geld, en de orgelbouwer kwam niet zelden van ver. Al
die inspanningen getroostte men zich óók omdat een groot en rijk
versierd orgel een kerk en een stad prestige gaf, en omdat de
burgerlijke overheid zo’n kostbaar instrument graag wilde laten horen,
zien en bewonderen. Op regelmatige tijden (marktdagen bijvoorbeeld) en
als er hoog bezoek was, speelde de ‘vaste’ organist er op, en als er een
beroemd organist in de buurt was, probeerde men hem tot een concert te
verleiden.
Van Reinoldus Popma van Oevering, de eerste organist van het Müllerorgel,
is de instructie overgeleverd dat hij in de wintermaanden op
zaterdagmiddagen een uur lang het orgel moest bespelen 'tot plaisir van
de liefhebbers der musyck en de ingesetenen van deze stad'. Voorbeelden
van vermaarde buitenlandse organisten die in hun reizen het Leeuwarder
orgel opnamen, zijn Camille Saint-Saëns in de 19e en Albert Schweitzer
in de 20e eeuw.
De in 1931 benoemde organist George Stam nam het initiatief tot een
serie orgelconcerten met een toen voor Leeuwarden nieuw concept. Hij
presenteerde het orgel als solo-instrument (zijn voorgangers hadden
hoofdzakelijk solisten begeleid) en bracht een repertoire ten gehore dat
liep van de 17e eeuw tot de toenmalige modernen. Zijn opvolgers Piet
Post (vanaf 1949), Jan Jongepier (vanaf 1981) en Theo Jellema (vanaf
2006) zetten deze traditie
voort.
Sinds de in 1978 voltooide restauratie van het Müllerorgel is het in de
maanden juli en augustus te beluisteren in twee series: de
Zomerserie op de woensdagavonden in juli en augustus met concerten die ongeveer een uur duren (aanvang
20.00 uur) en de serie Lunchpauzeconcerten op vrijdagmiddag met concerten die
een half uur duren (aanvang 12.30 uur).
Daarnaast vinden, gewoonlijk buiten het zomerseizoen, bijzondere
orgelconcerten plaats zoals improvisatieconcerten (Jan Jongepier
improviseerde enige malen tijdens tentoonstellingen van hedendaagse
beeldende kunst) en concertreeksen die gewijd zijn aan het oeuvre van
één componist, Bach in 1985 en 2000, Franck in 1990, Messiaen in 1999.
In de komende jaren zal de orgelmuziek van Andriessen (2006), Buxtehude
(2007), Messiaen (2008) en Händel (2009) een belangrijke plaats innemen in de
programmering.
Ook het Schwartzburg-Van Dam-orgel (1740/1854) van de op een paar
honderd meter van de Grote Kerk gelegen Waalse kerk speelt regelmatig
een rol in de concertserie.
|